Het is een winderige en regenachtige dag. Ik loop naar het busstation. Meestal wacht ik buiten, maar deze keer kies ik voor de wachtruimte. Ik loop naar binnen door de schuifdeuren en meteen ruik ik de lucht van sigaretten. Daarom kom ik nooit in deze ruimte. Ik heb niks tegen roken, maar in deze ruimte blijft de rook altijd hangen.
Ik loop naar een bankje en kijk of het schoon is. Ik heb altijd het idee dat wanneer iets naar rook ruikt, alles vies is. Ik ga zitten en zie dat de deuren open gaan. Direct vliegt er een duif naar binnen. Ik denk direct: ‘die komt er nooit meer uit.’ Ik herinner me van vroeger dat er wel eens vogeltje mijn ouderlijk huis naar binnen vloog. Dat is heel zielig, want zo’n vogeltje vliegt continu tegen het raam. Ik heb me wel eens laten vertellen dat duiven hele domme vogels zijn.
De duif die nu naar binnen is gevlogen, heeft een groot probleem. Hij zal zich gigantisch te pletter vliegen tegen de ramen. Maar het tegendeel blijkt waar: opeens staat de duif voor de schuifdeuren. De deur gaat open, iemand loopt naar binnen en de duif vliegt naar buiten. Dat heeft hij slim bekeken. De deur gaat weer open en jawel, hij vliegt weer naar binnen.
Ik zie dat de duif een takje in zijn snavel heeft. Hij vliegt omhoog en gaat staan op een grote stalen balk. Naast hem ligt een enorm nest. Deze duif heeft het goed bekeken. Een nest dat hoog en uit de wind ligt, en ook nog eens droog is. Jammer dat als de jonge duifjes uit hun eitjes komen, ze direct longkanker zullen krijgen.
Maar ik vraag me af hoe ze duifjes, als ze eenmaal het nest verlaten, het gebouw moeten verlaten? Het zou een een mooi gezicht zijn als ze één voor één uit het nest naar beneden komen vallen tussen de wachtende mensen. Zou moederduif ze in die tijd leren hoe ze door de deuren naar buiten moeten? Ik neem aan dat wanneer moederduif het een keer voor doet, ze niet zal wachten tot de duifjes één voor één naar het buiten komen.
De duif vliegt weer naar beneden. Daar zit ze dan te wachten voordat de deur weer open gaat. Ik zie dat het wel lang duurt. De duif loopt van links naar rechts en blijft maar kijken naar de deur. Dat wordt nog wat met al die kleine duifjes.
Iemand naast me ziet het ook. Ik kijk haar aan. Beiden hebben we het gevoel dat we actie moeten ondernemen, maar we blijven allebei zitten. Ik denk: ’Als mijn bus er aan komt, loop ik samen met de duif naar buiten’. Maar helaas, de deur gaat open. De duif vliegt weg en ik sta op om me te haasten voor de bus.