Van TV tucht, Tuco en de smaak van mijn ouders.

Waarom de tv niet overschat moet worden.

Door Victor D. Ponten

De D. staat voor David en dat staat op zijn beurt weer echt in mijn paspoort.

Ik ben zo’n kind dat is opgegroeid met een tuchtig TV beleid. Met 1981 als geboortejaar, zou je denken dat ik een aardig woordje moet kunnen meepraten over Sesamstraat, The A-Team, Mask, Nightrider, Seabird, The Dukes of Hazard, The Teenage Mutant Hero Turtles en al die andere prachtige pulp die over ons kinderen van de jaren ‘80 en ‘90 is geplempt. Niets van dat al. Mijn ouders hebben mij, mijn broer en zus altijd op een zeer streng visueel dieet gesteld. Zelfs Villa Achterwerk zat er voor ons niet in.TucoTot diep in de jaren ‘80 was een zwart-wit televisie met Nederland 1, 2 en 3 via de antenne meer dan afdoende. Ik kan me het moment nog herinneren dat m’n moeder thuiskwam met een tweedehands kleurentoestel zonder afstandsbediening, nadat de zwart-wit beeldbuis zijn laatste neutronen op ons had verschoten. Ik dacht dat ze me voor het lapje hield.Mijn eerste ervaring met de videorecorder is ook veelzeggend: die werd gehuurd bij de videotheek om de hoek om Dances With Wolves te bekijken. Dat moet dus ergens in ‘92 geweest zijn. Om het nog erger te maken: onze TV was standaard een pokkeklein draagbaar ding, zodat het na het kijken weer keurig kon worden opgeborgen in de kelder.Als klein jongetje waren er een paar programma’s – met name herhalingen van series uit de veilige jaren ’60 en ’70 – die ik wel mocht zien. Deze programma’s vormden dan ook het hoogtepunt van mijn week. Daktari (met altijd die schele leeuw en niet meer dan één verdovingspijltje per aflevering), Lassie, Floris, Flipper en Het Kleine Huis Op De Prairie. Jodi En Het Hertenjong kon af en toe ook nog wel.Dat die laatste twee op de EO werden uitgezonden, moet je nu niet op het denkspoor zetten dat mijn ouders op de Veluwe in een klein dorpje wonen, me niet lieten inenten en hun schoenen vullen met in zwarte sokken gestoken voeten. Toegegeven, ze wonen wel in een dorp aan de Veluwezoom maar ze vonden al die TV simpelweg niet nodig. En ik kan het eerlijk gezegd met terugwerkende kracht niet met ze oneens zijn.Het stelselmatig onthouden van visuele prikkels had natuurlijk wel zo zijn gevolgen. Regelmatig stond ik in onze tuin – al dan niet nakend – als klein jochie door het tuinhek naar de TV van onze buren te gluren. Hun kleinkinderen kwamen vaak over de vloer en mochten uiteraard alles zien wat los en vast zat. Dat zich tussen mij en de beeldbuis een kleine tien meter tuin, een serre en de hoofden van de kleinkinderen bevond en ik het dus met extreem slecht zicht en zonder geluid moest stellen, kon me niet deren. Ik geloof zelfs dat mijn broer het vergrijp een naam had gegeven. Ik kan hem mij niet meer herinneren.- “Mama, Victor is weer aan het …”, was voor mij het teken om zo snel mogelijk ergens anders in de tuin te doen alsof mijn neus bloedde. Ook kroop ik op zaterdag wel ’s heel vroeg m’n bed uit om te kijken of iemand de avond ervoor misschien te lui was geweest om de TV in de kelder op te bergen. Was dat het geval, dan kroop ik in mijn Tom & Jerry pyjamaatje op de bank en smulde van Telekids, de oren gespitst op geluiden van boven. Bij het minste of geringste gerommel, zette ik de TV uit en stoof terug naar bed. Wat niet weet, wat niet deert.Hetzelfde ritueel herhaalde zich dikwijls in de avond. Zo kan ik mij herinneren dat ik door een kiertje in de kamerdeur, gestoken in dezelfde pyjama, ademloos toekeek hoe iemand werd verslonden door een witte haai. Het was in een James Bond film, en de enige keer dat ik niet ontdekt hoefde te worden om terug in bed te komen. Het mannetje in mij was emotioneel nog niet klaar voor de beelden van de spartelende man en het water dat rood kleurde van het bloed.De ironie wil dat ik me inmiddels Bachelor of Arts mag noemen en zogenaamd ben gespecialiseerd in Televisie en Populaire Cultuur. In het algemene eerste jaar van die studie, kreeg ik het vak filmgeschiedenis en viel me plotsklaps de smaak van mijn moeder op. Want ook al mocht ik weinig televisie kijken, voor een goede film werd een uitzondering gemaakt. Of een videorecorder gehuurd (toen eenmaal het hek van de dam was). Of – en dat was nog spannender – gingen we naar de bioscoop.Zo mocht ik op een waarschijnlijk regenachtige doordeweekse middag in de herfstvakantie met mijn broer naar De Fietsendieven, waarvan ik later zou leren dat het een klassieke Italiaanse neorealistische film was uit 1947 van Vittorio de Sica. In het Italiaans heet hij – vele malen mooier – Ladri Di Biciclette. Niet gewend aan snelle beelden vol actie, werd ik recht in mijn hart geraakt door de tragische zoektocht van een vader en zoon naar een gestolen fiets. Ik kan me ook Ben Hur nog heugen. Of Playtime van Jacques Tati, die vertoond werd in de Arnhemse Rembrandtbioscoop. En ik verwonder me over het feit dat ik me als klein jongetje kon interessen voor die films.Een andere titel die ik nooit zal vergeten is The Good, The Bad and The Ugly, de spaghettiste spaghettiwestern van Sergio Leone. Mijn vader huurde hem voor ons op video. In de film zag ik de wereld aan me voorbij trekken waarover ik had gelezen in Arendsoog en Karl May. Ik vond het geweldig.Tijdens de lessen filmgeschiedenis die ik later volgde, kwam hij echter nauwelijks aan bod. Westerns waren voor de massa. Oppervlakkig geneuzel vol mannen met pistolen. Testosteron op celluloid.Een maand of wat terug was hij weer op TV en heb ik hem weer ’s bekeken. Ik vond hem nog steeds prachtig, maar ik zag iets dat ik vroeger niet had gezien. Iets wat ik toen ook nooit had kunnen zien, omdat ik er simpelweg de bagage niet voor had. In The Good, The Bad and The Ugly zit wellicht wel de meest treffende filmische verbeelding ooit van de cirkelredenering van de hebzucht. Het is de scène waarin Tuco – alias The Ugly – op de oorlogsbegraafplaats Sad Hill tussen de duizenden kruizen op zoek gaat naar het graf van Arch Stanton waarin – voor zover hij weet – een heleboel goud is verstopt.De scène duurt maar liefst 3 minuten en 50 seconden en wordt begeleid door indrukwekkende muziek van Ennio Morricone. Je zou het zelfs een videoclip kunnen noemen, want bijna elk on screen geluid is weggelaten. Tuco heeft geen idee waar het graf van Stanton ligt, en begint dus zijn gekmakende zoektocht kriskras tussen de duizenden graven door. De montage, het setontwerp, de muziek, het acteerwerk, het camerawerk; alles komt perfect samen in een hypnotiserende eenheid die ik als videokunst van regisseur Leone zou bestempelen als ik geen verschrikkelijke pesthekel aan videokunst had. De scène neemt ruim de tijd om zijn punt te maken en ik kan me best voorstellen dat je halverwege een kopje thee gaat zetten, maar ik zou het niet doen als ik jou was.Het is kunst zoals kunst bedoeld is. En dat heb ik van mijn ouders geleerd.

Post to Twitter

Plaats een Reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Colofon.

Deze site werd opgezet door Rutger Middendorp, die van Gemengd Bedrijf en Nieuwe Garde. Oh ja, en hij blogt voor Bright. Hoofdredacteur is Pieternel Teekens. Arno Hoogma kon op slechts 1 chocoladetaart de Twitter- en Flickr-integratie voor elkaar krijgen.

Click

Kijk ook eens op.

Copyright