Karin vraagt ze af waarom er altijd water onder het ijs moet zitten.
Er boven uit.
Karin kijkt over de rand.
Zo veelbelovend.
Karin ziet de lente komen.
Elastisch.
Je hebt ook hele mooie elastiekjes.
Open:
De jas was dicht.
Zoals stilte niet zwijgen hoeft…
De contradictie
van het stil zijn.
Het kleine, fragiele vrouwtje,
dat er maar stond.
los.
Ineens bemerk je dat je hebt losgelaten.
Chaud / Froid
Een douche is pas een douche als het winter is.