Afgelopen woensdagavond ben ik uitgegleden, of beter, mijn auto. Met een snelheid van amper 5 kilometer per uur draaide ik het laatste bochtje voor mijn huis in, om vervolgens, op besneeuwd en aangevroren wegdek, langzaam maar onontkoombaar tegen de geparkeerde auto van mijn buurman aan te schuiven.
Ik ken mijn auto. Het is er een waarvan je het bezit altijd moet uitleggen, zeker wanneer je voor de helft van je tijd voor een gesubsidieerde culturele instelling werkt. Dat soort auto’s moet je niet alleen uitleggen. Ondanks of dankzij de hoge snelheden die ze kunnen bereiken, hebben ze vaak ook een heel eigen willetje. Daarom reed ik ook 5. Maar dat maakte in dit geval bar weinig uit. Dit bevestigde mijn dealer een dag later gelukkig ook: “Als ‘ie eenmaal glijdt, dan glijdt ‘ie. Achterwielaandrijving en zomerbanden met een dergelijk model auto: dat gaat met deze weersomstandigheden niet samen.”
Toch was het aanleiding voor een serie onvergetelijke momenten: ze maakten het volledig gedeukte eindresultaat van mijn schuiver bijna goed. Allereerst bleek de geparkeerde auto eigendom van Jan: een buitengewoon vriendelijke Google medewerker van het datacentrum in de Eemshaven. Hij gaf mij tijdens het invullen van de schadepapieren met een glas wijn en een sigaret onder meer inzicht in de nieuwe Google Phone (logischerwijs reeds in zijn bezit). Maar bovenal zat hij er zeer rustig bij. Erg relativerend. Zeker nadat hij mij vertelde dat dit al zijn derde aanrijding van de avond was. In dezelfde bocht had hij reeds een schuiver gemaakt tegen de Fiat van een buurvrouw, waarna twee andere auto’s – waaronder de mijne – zijn Volvo definitief tot een gewillig botsslachtoffer hadden gemaakt. Het was jammer dat Jan een half uur na aankomst van mijn logees afscheid moest nemen. Hij was ook voor de rest van de avond, ook volgens mijn logees, een welkome (extra) gast geweest.
Een ander mooi moment brak aan na een bezoek aan het schadebedrijf dat mijn auto inmiddels onder z’n hoede had genomen. Volledig naakt en ontmanteld stond ‘ie op een verhoging om voorzien te worden van een nieuw zijpaneel, een nieuwe deur en twee nieuwe velgen. Ik aanschouwde de ingewanden van mijn auto terwijl ik te horen kreeg dat alles goed zou komen. Bijna hoopte ik dat mijn auto nog meer schade had opgelopen, opdat ik ook voor en achter had kunnen aanschouwen wat er achter al dat imponerende en verhullende blik daadwerkelijk schuilging. Bijna, want vanaf nu rijd ik van oktober tot maart op winterbanden.
Ik zal Jan binnenkort eens bellen om te vragen hoe het staat met zijn Volvo.