Ik heb vandaag officieel de oorlog verklaard aan de panty. Zelfs het meest robuuste exemplaar blijkt niet bestand te zijn tegen mijn manier van leven. Met een levensduur van zeven uur heeft het synthetische kreng van vandaag wel een record gevestigd. De meeste panty’s houden het bij mij maximaal drie uur uit. En soms slechts een fractie daarvan. Zittend op de rand van mijn bed, gefrustreerd door het zoveelste fiasco, blikte ik terug op mijn leven met panty’s.
Als klein meisje vond ik panty’s wonderbaarlijke dingen. Het minuscule frummeltje uit het gele doosje bleek elke keer weer perfect om de benen van mijn moeder te passen. Magisch! Ik was dan ook apetrots toen mijn moeder ooit een witte kinderpanty voor me aanschafte. Dat zou onder mijn bloemetjesjurkje vast leuker staan dan een dikke ribbelige maillot. En het zou zeker beter zijn dan de kniehoge witte kousen waarvan er volgens de foto’s standaard één afgezakt boven mijn roze leren schoentje slobberde.
Maar al vrij snel kwam ik erachter dat nylon kriebelt. Elke tochtstroom die langs mijn benen waaide, bezorgde me de rillingen tot op mijn kruin. Bovendien waren panty’s kwetsbaar. Boomklimmen, hutten bouwen, voetballen of op een houten hekje zitten kon je vergeten; dat was funest voor het kwetsbare weefsel. De pantyhaat begon.
De jaren die volgden leidde ik een pantyloos bestaan. Als verstokte spijkerbroekendraagster had ik ze ook niet nodig. Tot afgelopen zomer. Zuslief ging trouwen en speciaal voor die gelegenheid had ik toch maar een jurkje aangeschaft. Omdat er toch íets onder moest, nam mijn moeder mij mee naar het pantyparadijs in de V&D. Ze onderwees me: “Je kunt mat of glanzend nemen. Huidskleurig, gekleurd, of transparant. Neem altijd een maat te groot. Het woord ‘denier’ – kende je dat écht nog niet? – zegt iets over de dikte van de stof.” Volledig vertrouwend op haar wijze woorden, kocht ik vier panty’s. Tijdens de trouwdag zouden er drie sneuvelen.
Ook daarna ging het snel, zelfs als ik geen wilde of gekke dingen deed. De vierde panty ladderde op een normale rustige werkdag, toen ik uit de tram stapte. En ook het dozijn nylon kniekousen dat ik ter vervanging aanschafte, was geen lang leven beschoren. Stapavondjes, verkeerd op de fiets stappen, te hard aantrekken, been stoten tegen een metalen hekje, de kat en een steentje in mijn schoen deden de synthetische kousjes allemaal ter ziele gaan.
Nog één laatste exemplaar had ik in de kast liggen. Zwart, glanzend, veertig denier, dus superdik, perfect voor in mijn pumps. En onverwoestbaar, dacht ik. Niet dus. Ontsierd door een gat en een ladder, nadat ik alleen maar een dagje naar Amsterdam was geweest…
Ik heb vandaag dus officieel de oorlog verklaard aan de panty. En wat mij betreft is het een tachtigjarige oorlog. Als ik 106 ben, praten we wel verder.
2 Reacties
Helemaal eens! En hoe draag je laarzen met een rits? Je zet je ene been tegen het andere en hoppakee, een gat in je panty en een haal in je maillot. Een schande! Ik zag eens een item in het tv-programma Kassa over panty’s. De Bijenkorf kwam het beste uit de test. Maar misschien heeft de schoonheid van alledag wel een ladder in haar panty.
Tachtigjarige oorlog
. Ik draag al jaren niets dat dunner is dan 60 denier – ik kan er ook niet mee omgaan…