‘You Jew? Muslim? Druze? Christian?’
Ik sta perplex. Mond licht geopend, twee appels in mijn rechterhand.
‘You Jew? You Arab? You Christian?’, dringt de marktkoopman aan, terwijl hij best hard met zijn vinger op mijn sleutelbeen tikt.
‘Is it important?’, vraag ik verlegen terwijl ik wat van hem vandaan schuifel. Immers: ik wil gewoon die twee appels kopen bij de fruitkraam op de markt. Liever niet dat daarbij door de marktmeneer op mijn sleutelbeen wordt getikt. Laat staan dat er plots naar mijn diepste overtuigingen wordt geïnformeerd.
‘Where you from?’
‘I’m from The Netherlands’.
‘Ah, Amsterdam! You Christian? You Jew?’
‘No, sir’, zeg ik dan maar.
De marktkoopman lijkt nu te denken dat ik de vraag niet snap. Hij gaat nog iets harder praten.
‘You MUSLIM? You JEW? You CHRISTIAN?’ Hij gebaart erbij, al is mij niet duidelijk wat.
‘Boeddhist, Hindu, maybe?’, oppert zijn collega, die ook opeens naast me staat.
‘No’, zeg ik nogmaals. ‘I am sorry’, voeg ik tot mijn eigen verbazing toe.
Ik zwaai met geld, slaag erin mijn twee appels af te rekenen en plof neer op het terras van een hip ogend koffietentje.
‘Hi Honey. Can I ask you where you’re from?’ hoor ik een zwoele stem vragen zodra ik de Lonely Planet uit mijn tas vis.
‘I’m from the Netherlands’, antwoord ik braafjes.
‘O really? I always wanted to go there’, zegt de intimiderend mooie vrouw terwijl ze haar hand op mijn wat plakkerige bovenbeen legt. ‘What do you do?’
Ik haal mijn beste Engels uit de kast en voor ik het weet hebben we visitekaartjes en hartsverlangens uitgewisseld. Toch wel gezellig in deze metropool, denk ik.
Maar dan slaat alsnog de relischrik me om het hart.
‘Are you Jewish?’, vraagt de vrouw. ‘Or Muslim? Christian?’
Ik vlucht naar het strand.
Branding, spelende kinderen, spelende honden, en jawel, in no time gezellig contact met een groepje borrelende kantoorwerkers. Na een eerste vraag om mijn naam, woonplaats en het doel van mijn bezoek – eigenlijk net als op het vliegveld – zet ik me schrap. En ja hoor, daar komt -ie:
‘Are you Jewish?’
Ik geef het op en ga stilletjes zitten lezen in mijn hostel. Tussen kakkerlakken, backpack-Columbianen en een nogal luide airco-installatie, dat wel. Maar geen van de drie informeert naar mijn godsbesef. Ik verdenk één Columbiaan er zelfs van dat hij stilletjes hoopt dat ik het heb thuisgelaten.
‘s Avonds worden de religieus getinte kruisverhoren me opeens veel duidelijker. Ik dineer met drie journalisten en een telecomexpert, we drinken bier, bekijken theaterspektakels en praten over het nieuws in het Heilige Land. Ik stip voorzichtig de steeds terugkerende geloofsvraag aan, en er wordt onmiddellijk schaterend gelachen. Zelfs de mensen aan de tafel naast ons lachen mee, al is dat gewoon voor de gezelligheid.
‘It’s because you are alone’, zegt de telecomexpert.
Ik kijk hem niet-begrijpend aan.
‘Lots of Jewish women come to Israel to get married. And they are very welcome to. So everyone just wants to check out if you are available, I guess.’ ‘Welcome to the Holy Land!’, voegt zijn vrouw toe.
Ah. Ik en mijn Joodse voorkomen liggen dus gewoon prima in de markt.
Als we ons tenminste bekeren.