Last night I danced with a stranger
But she just reminded me you were the one
Bob Dylan – Standing in the doorway
Ach, melancholie. Misschien ligt het aan het seizoen, dat het te lang geleden is dat ik met mijn hoofd in zon heb gehangen. Ik houd er in elk geval niet zo van, dat verlangen naar het voorbije. Melancholie hoeft niet lelijk te zijn, maar het ruikt zo muf en je hebt er weinig aan.
Zo zag ik dit jaar op Eurosonic een optreden van Admiral Freebee. Het was echt een goed optreden, met stomende gitaren, een sarcastische zanger die aan het einde uitriep: ‘Nu zijn we één!’ en zijn shirt uittrok, een laaiend enthousiast publiek. Maar wat ik zo mooi vond aan Admiral Freebee kende ik ook van een andere band. Die deed dat leuke en nog veel meer.
De volgende dag zag ik in de Silo Tim Knol spelen. Dat is die arme jongen die met allerlei grootheden wordt vergeleken terwijl hij gewoon mooie bescheiden muziek maakt. Ik was onder de indruk en kreeg een promo in handen gedrukt van zijn cd. Thuis nog eens geluisterd. En nog eens. En opeens was dat gevoel er weer. Wat ik hier leuk aan vond, kende ik van een andere band. Die deed dat leuke en nog veel meer.
Het is echt waar, ik mis Daryll-Ann. Leg het mij nog eens uit, waren die artistieke meningsverschillen nu echt zooo belangrijk?
Daryll-Ann, als je luistert: zet je cd’s nog eens op. Laat die muffe tranen van melancholie voor een paar minuten stromen. En maak dan een frisse nieuwe cd voor mij.