
Naar mijn werk fiets ik over een bruggetje, door een parkje, langs het sportveld en dan het schoolplein op. Op nog geen 30 meter van mijn werk staat mijn oude middelbare school.
Ik zie dan de fietsenkelder waar we heliumballonnen inademden tijdens de grote avond, het sportveld waar we eindeloos omheen moesten rennen, waar we frisbeeden en slagbalden. Ik had trouwens een enorme hekel aan gym.
Met elke keer dat ik over het bruggetje fiets, krijgen mijn herinneringen duidelijker vorm. En ineens weet ik weer hoe het was. En wat hij zei en wat ik toen zei.
Mijn eerste vriendje had rood haar en hij was heel leuk. Ik was niet verliefd op hem en hij ook niet op mij. Maar onze broers waren bevriend en zagen het helemaal voor zich dat wij iets in elkaar zouden zien. Achteraf waarschijnlijk een verkapte liefdesverklaring van onze broers aan elkaar. Hoe dan ook, wij waren dertien en namen onze broers heel serieus. Dus we raakten aan de praat.
Toen we tijdens een tussenuur een wandeling maakten, kwamen we bij het bruggetje. Daar stopten we. Het was heel spannend, want we moesten natuurlijk zoenen. En daar hadden we helemaal geen zin in. Dus gebeurde er iets veel leukers.
Hij begon over ongemakkelijke stiltes. En vroeg of ik daar ook een hekel aan had. Die vraag kwam me zo bekend voor. Uit een film of zoiets. Ik dacht nog: wat is dit voor vreemd figuur, dat hij denkt me te versieren met een zin uit een film! Maar toen wist ik ineens weer welke film.
Pulp Fiction. John Travolta en Uma Thurman. Dat waren wij!
Net als tussen Vincent Vega en Mrs. Mia Wallace is het tussen mijn vriendje en mij niks geworden. En als ik aan deze scene terugdenk, kan ik heel hard om ons lachen. Tegelijk is het een herinnering waar ik oudewijvig van moet glimlachen. Elke keer als ik over het bruggetje fiets, hoop ik van harte dat mijn vriendje iemand heeft gevonden om prettige stiltes mee te delen.