Mij heb je met een drumroll. Zo eenvoudig is het eigenlijk. Het roffeltje doet mijn hart even meeroffelen. En dat voelt gewoon lekker. “Vito’s Ordination Song” van Sufjan Stevens heeft zo’n zalig roffeltje. Het begint voorzichtig, met een bescheiden orgeltje waar Sufjan bij begint te zingen. Dat houdt hij zo een een minuut vol. Waardoor je denkt: hier gaat echt geen roffeltje meer aan te pas komen. En dan begint het. Een blazer fluistert een paar tonen en de drummer gaat van ratatatatatatata. Verder is er dan niet te veel nodig geloof ik.
Nu heeft Radiohead mij altijd kunnen bekoren en voor zover ik weet, zonder zich tot de drumroffel te hoeven wenden. Daar kan ik ze alleen maar meer om respecteren. Meerdere fantastische albums te schrijven zonder vals te spelen. Want dat is het toch eigenlijk een beetje. Op “In Rainbows”, hun laatste meesterwerkje, is tot het laatste nummer niets aan de hand. Maar dan tijdens het nummer “videotape” plots iets bijzonders. We zitten dan al op 1 minuut 20. Het is niet echt een roffel, meer een soort overslaand drumstel. Maar de eerste twee tonen zijn er. En tegen de 2 minuten aan zijn het er meer dan twee en is er bijna sprake van een roffel. En toch niet helemaal. Soms lijkt het meer een hartslag. Ondertussen wordt er zelfverzekerd overheen gespeeld op de piano. Totdat alles weer stil wordt en ik op “skip back” druk.