‘Jouw vrouw is er niet heh?’, vroeg mijn reisgezel.
‘Nee’, antwoordde de gastheer. ‘Die is er niet.’
‘Jouw vrouw is dood, heh?’ merkte mijn reisgezel op.
‘Ja’, antwoordde de man. ‘Mijn vrouw is overleden.’
Het werd een beetje stil aan de ontbijttafel. De gasten met verstandelijke en lichamelijke beperkingen leken even stil te staan bij universele beperkingen.
‘Heb je al een nieuwe vrouw uitgezocht?’ werd na een korte pauze pragmatisch doorgevraagd, terwijl de vraagal een broodje iets te dik besmeerde met boter, die weer van zijn boterham schraapte en in de jampot deponeerde.
De gastheer slikte toch even, van deze directe aanpak. Of van het rommeltje in de jampot.
‘Nou’, antwoordde hij toen, ‘dat hoeft eigenlijk niet.’
Mijn reisgezel schudde heftig zijn hoofd, nam een hap brood en sputterde over de tafel: ‘Maar zonder is toch niet gezellig?’
Iedereen stopte met kauwen en dacht er het zijne van. De man schraapte zijn keel en keek bedachtzaam weg van de ontbijttafel, de tuin in en misschien nog verder.
‘Ik heb gewoon veel geluk gehad’, sprak hij.
‘Ik heb met mijn vrouw voor ze stierf zóveel moois beleefd, dat ik elke dag en elke nacht tot ver na mijn eigen sterfdatum kan vullen met gelukkige herinneringen. Daar hoeven dus helemaal geen nieuwe bij.’
2 Reacties
Fantastisch, wat een goed antwoord.
Vanmorgen werd ik op deze tekst van Gabriel attent gemaakt.Het is een jaar geleden maar ik herinner me de vragen nog precies en Gabriel heeft de geest van het gesprek perfect verwoord.Ik denk er nog steeds zo over. Veel mensen hebben onverwerkt verdriet. Ik heb onverwerkt geluk.