
Elke lente boort zich een klein stukje oertijd door de spleten tussen de klinkers op de parkeerplaats van de plaatselijke supermarkt. Ze groeien maar bij één lantaarnpaal.
Misschien zijn het verkenners, vooruitgestuurd om te kijken of het al weer tijd is. Om te kijken of er al weer een horizon is.
Als het niet al genoeg bekijks trok om op een parkeerplaats in een volkswijk in Groningen door je knieën te gaan en foto’s te maken van onkruid, was ik er op mijn buik naast gaan liggen en had ik mijn oor op de grond gelegd en mijn ogen dicht gedaan.
Misschien had ik na een tijdje heel diep onder ons de komende oertijd al onrustig kunnen horen grommen.