
Koken kan ik niet. Alleen al van de gedachte aan allerlei pruttelende pannetjes op het vuur breekt het zweet mij uit. Ik ben te chaotisch, te snel afgeleid en het kan me te weinig boeien om het ooit te leren. Als manlief eens een avondje de deur uit is dan eet ik pizza en chocoladevla.
Maar, zo heb ik recentelijk ontdekt, taarten en koekjes bakken kan ik wel! Wat een onthaastende bezigheid: met de handmixer op standje turbo de boter te klutsen tot een ‘luchtig mengsel’. Ik voel me een ware keukenprinses als de geur van verse koekjes zich door ons huis verspreidt. En als dan de kokos-abrikozen-makronen met een goudbruin korstje uit de oven komen… ja dan proef ik… dan proef ik heerlijk huiselijk geluk.