Mijn vader is zijn bril kwijt.
‘Je krijgt twee euro als je hem vindt!’ zegt hij. Mijn zusje en ik kunnen die twee euro goed gebruiken, dus speuren we het hele huis én de tuin af, op zoek naar die flikkering in het zonlicht die weleens de bril van mijn vader zou kunnen zijn. In huis vind ik drie brillen: één in de studeerkamer, één in de huiskamer en één in de keuken. Opgewonden ga ik naar mijn vader toe: ‘Pap, ik heb drie brillen gevonden! Welke is van jou?’ Hoopvol kijk ik naar hem, ervan overtuigd dat die twee euro van mij zijn.
‘Alledrie de brillen zijn van mama,’ zegt mijn vader.
‘Oh.’ Teleurgesteld druip ik weer af. Daar gaat mijn twee euro. Eigenlijk had ik het wel kunnen weten: mijn vader is veel te netjes om zijn spullen zomaar rond te laten slingeren. Maar hoe komt het dan dat hij zijn bril altijd kwijtraakt?
Dit is namelijk niet de eerste keer dat hij hem kwijt is. Het is ook niet de tweede keer. Inderdaad, dit is nu al de derde keer dat hij hem kwijt is geraakt. De vorige keren heeft hij hem nog met veel geluk terug kunnen vinden, eerst tussen de peterselie in de moestuin, daarna in de buxushaag. Vandaag had hij ook weer de hele dag in de tuin gewerkt, dus waarschijnlijk ligt zijn bril op dit moment opnieuw te verpieteren tussen de plantjes. Ik vraag me af of hij deze keer weer opnieuw boven water zal komen. Als het aan mijn zusje en mij zal liggen natuurlijk wel – we want money! Toch is het niet erg verstandig om je twee jongste dochters te laten zoeken naar jouw bril terwijl je zelf lekker in de keuken bier zit te drinken: als je zelf al niet weet waar je je bril hebt gelaten, waarom zouden wij het dan wel weten? Dan loopt hij ook nog eens het risico dat ik erop ga staan – dat is me al eerder gebeurd.
Pap, veel succes met je zoektocht. Moge je ooit weer kunnen lezen.

photo credit: Sybren Stüvel