De bril stond een tikkeltje scheef op zijn hoofd. Hij droeg een pak. Het jasje was te groot, de blouse hing uit zijn broek en op zijn das stonden autobussen. Zijn gezicht was rood van inspanning.
Hij liep met zijn winkelkarretje recht op zijn doel af. Bij de schappen met dierenvoer stopte hij. Hij had het zelf ontdekt. Het beste stro lag niet in de dierenspeciaalzaak maar hier in deze Coop-supermarkt. Hij begon de pakken stro in te laden in het winkelkarretje. Toen hij klaar was, was het schap leeg.
Terwijl de man op weg ging naar de kassa kwam de door een medewerker van de supermarkt gealarmeerde bedrijfsleider vanuit zijn kantoortje aangesneld.
Hij keek van: het is hem, de man van het stro.
Bij het schap met snoepwaren troffen beiden elkaar. De bedrijfsleider zei dat het wel lastig was dat hij nu door de hele maandvoorraad stro heen was. De man met de autobussenstropdas zei daarop niet van plan te zijn ook maar één pak stro achter te laten in de supermarkt. Het stro was voor zijn hamster. Dat moest de bedrijfsleider maar begrijpen.
Uiteindelijk kwamen ze overeen dat de bedrijfsleider, die ook wel inzag dat deze bulkverkoop van stro de supermarktomzet ten goede kwam, eens in de maand een dubbele voorraad zou inkopen, zodat het schap met stro ten alle tijden goed gevuld zou blijven. Dit stemde beiden tevreden.
De man duwde de kar met de pakken stro vervolgens naar de kassa. Het kassameisje vroeg hoeveel het er waren. De man zei twintig.
Twintig zakken van het beste stro, voor zijn hamster.
Eén Reactie
Prachtig!