Ik ben ook 16 geweest. Stellen met hetzelfde model fiets waren toen de grootste verschrikking die ik kende. Ik zou immers altijd op een mountainbike rijden, met mijn walkman op met Rage Against The Machine. Dat wist ik zeker. Op dat moment was ik dan ook op het toppunt van het geloof in mijn eigen weten. Het weten is sindsdien toegenomen, het geloof erin gedaald.
Ondertussen zijn we vier fietsen, enkele relaties en zelfs een generatie verder. Een hippe mountainbike staat nog steeds in de schuur. Maar op vrijdag neem ik altijd de mamafiets met zitje aan het stuur en groot krat op de voordrager naar de C1000. Het onbetwiste hoogtepunt van vrijwel elke week. En daarmee heb ik wellicht voor de buitenwereld toegegeven aan de burgerlijkheid. Zelf geloof ik dat ik nu van de kleine dingen weet te genieten. Maar daar kom ik vast nog wel eens op terug.
Elke vrijdag fiets ik dus kletsend met mijn zoon die nog niet praten kan door ons pittoreske dorp (exhibit A). Bij de C1000 zet ik hem in een winkelkarretje en lopen we langs de groenten, de melk en talloze empty nesters die graag even een praatje willen maken. Met mijn zoon die niet kan praten uiteraard, niet met mij. De kassière groet mij (de man met het kind) vriendelijk en richt zich vervolgens ook tot mijn zoon. Ik kan me dus alleen maar oud en burgerlijk voelen. Totdat de kassière bij het weglopen zegt: “Meneer, uw komkommer”.
Dan ben ik opeens weer 16.
Eén Reactie
Mijn schrikbeeld: stellen met dezelfde duokleurcombinatie fleecetrui, windjack of trainingspak. Das pas eng!