Een vrouw in een paarse jurk en een spichtig meisje met nogal grote witte gympen rennen het halletje in bij mijn muziekverkopende overbuurman.
Vanuit mijn studio heb ik er perfect zicht op en soms moet ik even wachten omdat mijn computer bezig is met zijn taakje, zoals nu.
Het is een levendige straat en als ik niet naar buiten kan kijken is er altijd nog een rijkdom aan geluiden.
Terug naar de paarse jurk, zij wenkt een jongetje van een jaar of zes terwijl de regen steeds dichter wordt en het meisje klampt zich aan haar vast.
Het jongetje spreidt zijn armen, kijkt omhoog en stoot onverstaanbare klanken uit. Hij tolt rond met zijn mond open terwijl de straat nu wit wordt en de goten beekjes. Hij is nu nog de enige buiten en hij heeft het naar zijn zin. Zijn vaal rode haar met pony plakt op zijn voorhoofd en zijn groene overhemdje kleeft aan zijn ribbekastje. Dan klaar het op en gaan ze weer, de paarse jurk zwijgt en kijkt nurks de straat uit.
O’ja de geluiden: ik weet nu waar de trompet vandaan komt die ik meerdere malen per dag voorbij hoor gaan (dopplereffect). Vorige week zag ik hem toevallig toen ik in het gangetje naast mijn studio mijn fiets van het slot deed. Een schicht van een grijze man in een bruinig kostuum die met getuite lippen een toetergeluid voortbrengt, ook zo’n volhouder.
De toeteraar
Een vrouw in een paarse jurk en een spichtig meisje met nogal grote witte gympen rennen het halletje in bij mijn muziekverkopende overbuurman. Vanuit mijn studio heb ik er perfect zicht op en soms moet ik even wachten omdat mijn computer bezig is met zijn taakje, zoals nu. Het is een levendige straat en als [...]
