Ik hou niet van fruit. Dat heeft niets te maken met de smaak ervan, want die vind ik heerlijk. Ik vind vruchten gewoon te veel werk. Velletjes afpeuteren, partjes maken, schillen, pellen, gedoe. Vitaminen zijn natuurlijk fantastisch, maar dan geef ik de voorkeur aan groenten en de warme maaltijd. Mijn moeder verzucht regelmatig dat de enige manier om mij fruit te laten eten is door het in hapklare brokjes uit te serveren. En dat klopt. Nou ja: dat klopte. Want nu is het dus anders. Ik heb de sinaasappel namelijk herontdekt.
Zomaar opeens zat ik in Portugal. Niet, zoals dat hoort bij mijn inkomen, in een vies oud hostel met een matras met een kuil, nee, in een superdeluxe villa met drie badkamers en een zwembad. Ik lag op een matje op de grond, overigens, en om te zwemmen was het water een beetje fris. Maar het was hemels.
En ’s ochtends, toen iedereen nog sliep, werd ik gewekt door dat ene vogelgeluidje dat je – bij mij thuis dan – alleen hoort in de lente. Suffig maakte ik koffie voor mezelf en deed de rolluiken van het slot. Op een paar geleende teenslippers liep ik slaapdronken naar de uiterste rand van het terras.
Bij het stenen muurtje dat de erfscheiding vormde, wierp ik stiekeme blikken naar links en rechts. Ik liet mijn koffie achter op de zwembadrand om – onhandigerwijze over het muurtje heen geklauterd – stiekem een feloranje sinaasappel te plukken. Van de sinaasappelboerenbuurman.
Met de zon en wat blosjes van angst en schaamte op mijn wangen, verorberde ik het gestolen goed. Ik knoeide op mijn voet en op de linkerteenslipper. Uit de villa kwamen inmiddels geluiden van mensen die zin hadden in een ontbijt op het terras.
Het bleek een dag te worden die meer sinaasappels zou brengen. En zelfs een citroen en een mandarijn. Die kon je gewoon plukken overal. Stiekem. Vanuit de auto bijvoorbeeld: dan kon je snel doorrijden na de diefstal. En bovendien had je dan geen last van muurtjes.

Gisteren heb ik in Groningen op de markt een sinaasappel gekocht, gepeld, van velletjes ontdaan en opgegeten.
Eén Reactie
Leuk, maar niet stiekem jatten he, gewoon eerlijk zeggen.