Op een steenworp afstand (een worp van Obelix weliswaar) van het Dolfinarium werd ik vijf. Op één van de driehonderdvijfenzestig dagen die volgden, realiseerde ik me wat een nietmachine is. Was het niet bij de viering van mijn op één hand te tellen leeftijd in de kleuterklas, waarbij ik zo’n uiterst lullig, door de juffrouw vervaardigd hoedje moest dragen (dat bijeengehouden werd door nietjes!), dan wel op het moment dat ik een venijnig stukje ijzer uit mijn vingertop probeerde te peuteren.
Hoe het ook zij, vanaf het moment dat ik ten volle de rijkdom besefte van de nietmachine an sich, klauwde ook een niet te vermijden nadeel van dit samenbindende apparaatje zich in mijn geest vast: haar naam. Was deze machine maar niet door mensenhanden gemaakt, maar door de Schepper verzonnen. Dan had Adam zijn verantwoordelijkheid wel genomen en mét het benoemen der dieren, de nietmachine hebben voorzien van een klinkende naam.
Maar zo is het niet. De naam van de nietmachine is negatief. Lelijk. Ze schudt bokkig ‘neen!’ in haar eerste lettergreep. Terwijl het object niets anders doet dan bijeenbrengen, samenbinden en vasthouden, draagt ze een treurige kroon, een mottige sticker, een etiket van drek. Dat realiseer ik me, iedere keer bij het noemen van haar naam, al vanaf het moment dat ik haar leerde kennen.
Niet lang geleden was daar de dag dat ik besloot niet verder te leven onder dit juk. De Dag dat ik de Nietmachine een Nieuwe Naam gaf. Hoewel een pretentieus voornemen, welhaast arrogant, begon ik te tornen aan een vaststaand feit, met een hart vol voornemen er iets beters van te maken. Iets mooiers. Ik keek haar recht in de ogen, volgde met mijn vingers haar contouren en niette met beheerste kracht enkele vellen aan elkaar. Toen gebeurde er iets. Ik zag haar ware aard. Het grote ‘niet-’ werd verpletterd door haar eenvoudig gebaar: ze knikte ‘ja.’
Even stond ik op het punt haar voortaan Jaknikker te noemen, maar direct zag ik in dat dit een naam voor een willoze meeloper is en geenszins een waardige roepnaam voor de Koningin van de Connectie. Toen hoorde ik haar. Ze klikte. Als ‘amen’ op haar instemming, als vervolmaking van haar goede werk, als vuurwerk na een feest, klikte ze.
Nu noem ik haar Jaklikker. Ze klikt ja. Iedere keer dat ze klikt.
Als een lied van lente zingt haar naam. Die oude huid is niet meer; verder dan Saturnus, voorgoed verdwenen. Help me de wereld te laten weten hoe ze werkelijk heet. Schrijf Van Dale aan! Rectificeer de literatuur! Stuur ansichtkaarten naar de wereldleiders!
En noem haar naam.
2 Reacties
Helemaal eens!
In het Frans klinkt het nog akeliger: agfrafeuse
Duits voor één keer wel mooi vind ik: Heftklammer
Ps: wat een mooie site is dit … nog maar net ontdekt