Sinds een jaar woon ik een nieuw huis. Het was natuurlijk niet nieuw, maar zo voelde het en zo voelt het eigenlijk nog steeds. Daarbij klinkt ‘een nieuw huis’ wat leuker dan ‘een ander huis’.
Bij dat nieuwe huis zaten ook vier plantenbakken, aan de gevel gemonteerd met een vernuftig systeem. Groene vingers heb ik niet. Zodoende waren de planten al twee keer aan vervanging toe.
Toen het laatst weer lente was, werd het dus ook tijd voor wat verse begroeiing als extra toevoeging op het uitzicht. Niet dat ik er zo vaak achter zit, maar toch.
Op naar het tuincentrum dus, altijd leuk. Even zoeken en huppa, vanaf buiten zag het er in een handomdraai zo weer uit alsof er aan de President Kennedylaan op nummer 126 1 hoog mensen wonen die weten wat ze met planten moeten.
Natuurlijk is niets minder waar. Het is dat we zo’n klotezomer hebben dat die planten het nog doen. Ze waren al een keer ter ziele gegaan, bijna verdord. Maar toen begon het stelselmatig te regenen en kregen ze weer wat kleur.
Net zat ik naar de Tour te kijken en dwaalde mijn blik even naar buiten. Ik zag een hommel, die tussen de bloemetjes zat te neuzen. Ik bedacht me dat de natuur ons helemaal niet nodig heeft. Een geruststellende gedachte.