Het is al even geleden. De hond die nu los naast mij kan lopen omdat ze werkelijk nergens anders naartoe wil, moest vroeger stevig aan de lijn. Want anders zette ze het Op Een Lopen. En zo hard lopen als zij kan ik niet.
Toen ik haar net had, ging het een keertje mis. Voordeur open voor een postbezorger en daar stond hond ineens op straat. Luttele seconden later zag ik een pluimstaart de hoek om dansen. Ik op de fiets door de stad, hoopvol met riem in de fietstas. Maar nee, hond was natuurlijk nergens te zien. Paniek.
Politie, dierenambulance, Amivedi gebeld met een signalement van hond. Tegen middernacht het verlossende telefoontje: “Ik geloof dat we uw hond hebben gevonden, ze lag achterin een bus.” Tussendoor was ze nog gesignaleerd in een buitenwijk. En uiteindelijk dus gevonden onder een bank in lijn 23, in de remise ver buiten het centrum. Hond had dus door de hele stad gereisd, was in-, uit- en overgestapt.
Even later werd ze thuisgebracht. Een Bang Hondje nu, dat zich bibberend terugtrok in haar mand. Het avontuur was niet bijster goed bevallen. Ze gaat nog steeds graag met de bus en de tram, maar nu toch liever met mij erbij.