Indiase schoonheid.

Thomas moet minimaal twee keer kijken.

Door Thomas Almanza

Gistermiddag zat ik alleen op de bus te wachten. Eerst staand, tegen een hek en toen toch maar zittend op een bankje, tegen een muur. Op dat bankje keerde er een heerlijke rust in mij. Niemand keek naar mij en ik keek naar niemand. Aanvankelijk was ik daar namelijk gaan zitten omdat ik anders constant oogcontact zou maken met een bellend meisje. Dat werkte op mijn zenuwen, zoals bellende meisjes wel vaker doen. Als ze niet bellen moet je moeite doen om een aanschouwing van hun gelaat te kunnen vangen en als ze bellen kijken ze je bijna constant breed glimlachend aan.

Op dat bankje was ze volledig uit het zicht verdwenen. Nu keek ik op een pratend stelletje en wederom een bellende vrouw. Deze vrouw was gelukkig een onschuldige piepkleine Chinees, die niet mij maar onbekende voorwerpen in de lucht aankeek en in onverstaanbare klanken tegen een soortgenoot aan praatte. Niets is beter dan onbegrijpelijke taal met veel onbegrijpelijke emotie. De aanwezigheid van bekende begrippen in taal haalt alle schoonheid weg. Onbekende woorden met onbekende emoties kunnen nog aan vrij veel verwachtingen voldoen. Althans, op dat moment op dat bankje. Uiteraard komt het voor dat de onwetendheid omslaat in angst en er een beestachtig en minderwaardig beeld van de onschuldige vreemdeling wordt gevormd. Voor sommige mensen schijnen andere talen juist als het onverdraaglijke schetteren en krijsen van dieren te klinken en worden deze dieren geacht hun smoel te houden als ze zich niet duidelijk kunnen maken in begrijpelijke taal. Voor mij niet.

Er stond namelijk ook nog dat stelletje. Die waren ook tegen elkaar aan het praten. In een voor mij bekende taal weliswaar, maar dat maakte het geen pluisje interessanter. Juist het feit dat ik dit gesprek kon verstaan maakte het volledig onnavolgbaar. Ik begreep nog meer van die Chinees dan van Kees die Willem had verteld dat Marit haar vierde keer zwemles niet had betaald. Hoogstwaarschijnlijk had de Aziatische vrouw een dergelijke conversatie met haar partner. Maar door de felle uitschieters en het hoge volume van die taal blijft het altijd een raadsel.

Uiteindelijk hield ik me met geen van beide gesprekken meer bezig. Het gesprek dat in eerste instantie zorgde dat ik op dat bankje ging zitten, was nu lekker naast mij gaan zitten. Zowel de Chinees als het stelletje werden nu overstemt door eenzijdige communicatie tegen een (ik had een donkerbruin vermoeden) man. “Hij moest niet denken dat ze meer ging bellen dan nodig zou zijn en hij zou ook niet meer dan een vriend zijn dan nodig zou zijn.” Het zou mij niks verbazen als de man aan de andere kant nog vier andere telefoons aan had staan met vier dezelfde soort gesprekspartners en tegen alle vier precies dezelfde belachelijk goedkope praatjes kon houden. Zo gaat dat tegenwoordig, als je gewoon maar wat in het wilde weg schiet, raak je wel wat.

Het meisje was klaar met bellen. Ik keek een paar keer naar haar. Ze kwam me bekend voor, vast een keer in de stad gezien. Met haar zus volgens mij. Toen ik voor de derde keer kijk kwam mij opeens een herinnering te boven. Ik had haar een keer met haar zus gezien toen ik bij de cafetaria werkte. Ze kwamen friet halen. De meeste meisjes die daar kwamen verloren hun schoonheid zodra er iets groter dan een ‘klein frietje zonder’ besteld werd, maar deze was van begin tot einde zo heet als het vet in de bakken achter mij. Sexy, stijlvol, classy en andere stinkende trendy smoesjes voor lelijkheid golden niet voor deze prachtige dame. Zij was een ‘grote godin Afrodithe speciaal’. Zij was een warme donkere wolk van liefde. Een zijdezacht juweel van vlees en bloed. Een warm bad chocomelk met slagroom en een zilveren lepeltje.
Ik heb nog wel vaak aan haar teruggedacht, bedacht ik mij nu.

Goed. Ik zat dus naast het zusje van mijn droomvrouw op een bankje op de bus te wachten. Haar telefoongesprek was tevens afgelopen dus we zaten allebei voor ons uit te staren. Zij keek mij af en toe aan, althans, die indruk schepte het beeld in mijn ooghoeken. Ik zat na te denken over haar zus en in mijn hoofd hoorde ik het meisje zeggen “Wil je het nummer van mijn zus?” of “Mijn zus wil een kind van je, vind je dat raar?” Nu durfde ik haar al helemaal niet meer aan te kijken. Ik bedacht me dat er vast wel tijden en plaatsen waren waar mensen dat soort dingen openlijk tegen elkaar spraken, maar dat was niet aan mij besteed. Absoluut niet.

In de bus ging ik toch maar zo zitten dat ik het meisje beter kon bekijken en ik kwam erachter dat zij eigenlijk ook  ontzettend mooi was. Jammer dat ik net in aanraking was gekomen met haar taalgebruik en relationele toestanden, want anders was ze misschien haar zus achterna gegaan. Mijn hoofd in, verdwenen uit de werkelijkheid en naar een paradijs dat niet bestaat. Toen ik me bedacht dat ik dit meisje nu ook tot mijn verbeelding begon te spreken, terwijl ik haar toendertijd amper opmerkte, kwam ik weer bij haar zus.

Die zal nu wel opgestegen zijn. God weet of ik haar ooit nog mag zien.

Post to Twitter

Plaats een Reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Colofon.

Deze site werd opgezet door Rutger Middendorp, die van Gemengd Bedrijf en Nieuwe Garde. Oh ja, en hij blogt voor Bright. Hoofdredacteur is Pieternel Teekens. Arno Hoogma kon op slechts 1 chocoladetaart de Twitter- en Flickr-integratie voor elkaar krijgen.

Click

Kijk ook eens op.

Copyright