En nee, dat is niet naar aanleiding van een liedje.
Gisteren liep ik met gezelschap langs de vele vijvers met ijs. Kinderen renden, schoven, vielen. Volwassenen deden het wat rustiger aan. Het was een mooie dag. Bijna onwerkelijk soms. Alsof ik bijna niet meer bedenken kon hoe het eruit zag hoe een échte winter zou zijn, maar het dit dus was.
‘Hoe dik is dat ijs dan? Echt hè? Echt?’ bedacht ik me.
Stel nou dat je gezellig in het zonnetje loopt, schuifelend op het ijs en ineens zakt zo het ijs onder je voeten vandaan. Niets ijspret. Dan kun je overleven.
Is het zo dat als iedereen het ijs op wandelt, je er dan zomaar vanuit kunt gaan dat je kunt schaatsen?
Laat mij maar lekker op de vaste grond.
Ik liep door de sneeuw. Over het ijs. En bekeek de donkergroene grassprietjes die eronder verborgen lagen.