Ik heb een spiegel in huis. Dat is handig als ik eens mascara op wil of om te controleren of er stukjes tussen mijn tanden zitten. Tussen mij en mijn spiegel bestaat geen vriendschappelijke relatie, net zomin als tussen mij en mijn weegschaal of tussen mij en mijn administratie. We gaan met elkaar om, omdat dat nu eenmaal zo hoort en omdat het ernstige crises kan voorkomen. Maar we begrijpen elkaar niet zo goed.
Sinds kort weet ik beter waarom, tenminste: ten aanzien van de spiegel. Wat blijkt het antwoord op alles? Paars! Daar word ik knap van. Felblauw, ook. Donkerrood. Groen. Goud én zilver. Kleuren, dus. Van kleuren word ik mooi. Dat heb ik nooit geweten.
Geheel in overeenstemming met mijn ziel, draag ik al jaren en jaren voornamelijk zwart. Heel af en toe doe ik wild, met iets wits of iets grijs, of heel diep donkerblauw (dan dacht ik meestal in de winkel dat het zwart was).
Maar nu zijn mijn kleuren ‘gedaan’. Door een mevrouw vol passie, die er uitgebreid de tijd voor nam. Ze hield lapjes onder mijn wallen, en soms verdwenen ze dan opeens. Ze hing kleden over mijn schouders, en ik kreeg iets koninklijks over me. Ze robbelde om mijn ogen met eyeliner, en ik was opeens een Egyptisch prinsesje. Complete waanzin! Dat was het.
Maar eigenlijk wel leuk. En vreselijk leerzaam.
Nu heb ik in mijn handtas een waaier met heel veel kleuren. Daarmee kan ik aan de slag om mijn garderobe op te fleuren. Verder is het natuurlijk zaak om ook beddengoed en keukenkastjes te vervangen; ik wil er immers altijd op mijn voordeligst uitzien en je weet maar nooit.
Ook ga ik even bellen met de Belastingdienst, over die enveloppen. Een iets dieper, feller blauw, en ook ik en mijn administratie zijn voortaan vrienden, vermoed ik. Nu alleen de weegschaal nog.
Eén Reactie
Wie is deze goeroe die het zwart uit je palet gehaald heeft? Ik ben erg benieuwd naar mijn persoonlijke kleurenwaaier.