
We kennen allemaal die verhalen van baby’s of demente bejaarden die voor draaiende wasmachines worden gezet om ze zoet te houden. Nu wil ik daarmee alles behalve baby’s en demente bejaarden over één kam scheren – begrijp me niet verkeerd – maar wil ik slechts aangeven dat er van bepaalde repetitieve bewegingen in het dagelijks leven een hypnotiserende werking kan uitgaan.
Het zou ook behoorlijk dom van me zijn om beide bevolkingsgroepen over diezelfde kam te scheren, aangezien ik evengoed last heb van het fenomeen, zij het in een andere vorm. Ik kan me overigens nog levend herinneren dat ik als kind mijn hoofd graag in de ruit van de draaiende wasmachine duwde. Veel fantasie had ik niet nodig om me – omringd door het glas en de zo vlakbij draaiende was – een door de ruimte zwevende astronaut te wanen.
Sinds een maand of negen woon ik aan een redelijk tot zeer druk verkeersplein aan een uiteinde van Amsterdam. Ik kijk uit op de Utrechtse brug, een van de meest directe aansluitingen op de Ring. Ik heb het niet zo ontzettend op de stad, laat staan op verkeer, maar dankzij mijn drie naast elkaar gelegen ramen heb ik wel een prachtig uitzicht op de werkelijkheid in cinemascope.
En verdomd, de wetmatigheid van het stadse verkeer heeft op mij dezelfde betoverende werking als de wasmachine van vroeger. De eeuwige stroom plaatstaal op wielen, de touristen die van een aan de overkant van de Amstel gelegen hotel naar de stad lopen, de fietsers die tussen de groene stoplichten door de rode negeren en de tram die temidden van deze wirwar van beweging als een reusachtige pendule met een ijzeren precisie en een vrolijke bel exact volgens schema vertrekt.
Ping!
Daar is de wereld en hier, hier zit ik.
Eén Reactie
Prachtig!