Daar sta je dan met je goede gedrag.
In het kantoortje met de leiding van de lokale nachtopvang. Shaggie in de linkerhand, klaar om aan- danwel opgestoken te worden; rechts een haagsch bakkie, het zoveelste van de dag. Ernstige blikken van Cindy en Marinus, dienstdoenden op het heerlijk avondje.
Cindy begon met de inleidende mededeling, dat het vanavond, gegeven het vorstprotocol, een ietwat drukker was dan normaal. Iets dat mij, bovengemiddeld gezegend met de gave van opmerkzaamheid ook wel was opgevallen, dank u.
Het bleek de opbouw te zijn naar een enkele, prangende vraag: of ik vannacht wel in de woonkamer wou doorbrengen, want de slaapzaal was vol. Weliswaar samen met de immer charmante, doch licht snurkende Bertus, en ik zou pas op zijn vroegst om twaalf uur kunnen gaan slapen.
Of ik dat wou? OF IK DAT WOU?
Of ik de nacht wou doorbrengen in de woonkamer, met de televisie, het internet onder handbereik? Of ik het erg vond slechts een snurker te hoeven dulden, in plaats van de gebruikelijke drie á vier, waarvan een enkele met terugkerende nachtmerries?
Mijn euforie verbergend achter een zo neutraal als mogelijke tronie, stemde ik toe. Om me als de gesmeerde bliksem uit de voeten te maken, mochten ze zich nog bedenken, onderwijl zacht fluitend: ‘dank u, sinterklaasje!’