Trrrrrring doet de deurbel op zondagmiddag. Verbaasd loop ik naar de deur, ik verwacht niemand. Het is mijn onderbuurvrouw, een lief klein Spaans omaatje. En ze komt niet eens klagen.
Oma Fernandez glimlacht vriendelijk. “Kom eensj mee?”, zegt ze, en ze wenkt me met een arm die in een brace zit. Verbouwereerd kijk ik haar aan. “Ik? Mee naar beneden?”, vraag ik, terwijl ik mijn schoenen aan schiet. “Ja, eventjes…” zegt ze. Ik pak m’n sleutels en Oma Fernandez gebaart dat ik de deur achter me dicht moet trekken. Dat doe ik. Ze schuifelt op haar pantoffels de trap af, en ik volg. “Kom maar binnen. Jij Nedderlandsj? Of ok buitenlandsj?” vraagt ze. “Ja, ik ben Nederlands”, zeg ik. Ik vraag me nog steeds af waarom ik mee moet komen. Zou ze hulp nodig hebben? Kan ze ergens niet bij? Moet ik helpen met iets Nederlands lezen? Ze sluit de deur van haar huis achter me.
In de woonkamer zit Opa Fernandez. “Ghhallo!” begroet hij me vriendelijk. “Luisjtr…” zegt Oma. “Jij zien die plant?” Ze wijst naar een plant in de hoek van de kamer, met grote bladeren. “Ja, die is mooi”, zeg ik. Opa wijst naar een andere grote plant. “En die plant! Isj groot. Ik afgezaagd, want te groot.” Hij laat een afgezaagde top zien. “Nou?” zegt Oma. “Wij twee weken naar Spanje. Plant bij jou brengen?” Ik denk het te begrijpen. “O, u gaat op vakantie, en ik moet voor de plant zorgen…” Maar Opa schudt zijn hoofd. “Nee, nee. Wij kommen nie meer terug. Wij naar Spanje. Nog twee weken hier. Jij mag plant hebben als jij wilt.” Nu begrijp ik het echt. “Dus u gaat verhuizen…” Oma begint te stralen. “Ja, ja, wij naar Spanje! Lekker warm! Naar kinderen en kleinkinderen. En als jij wilt, jij mag plant hebben.” Ik kijk naar de plant. Hij is echt mooi. “Dat is goed,” zeg ik.
Oma begint nog meer te stralen. Ze wijst naar de fauteuil. “Mag jij ook hebben!” En naar een kastje. “Die ook hebben?” En naar drie cactussen in de vensterbank. “Zijn ook mooi. Elke twee weken water, isj niet erg als keer vergeet. Hebben?” Whaaaa! Hoe kom ik hier onderuit… “Nou,” begin ik. “Die plant in de hoek vind ik erg mooi. En de cactussen ook. Maar mijn huis is wel vol, meubels kunnen er niet bij…” Opa knikt. “Isj goed, isj goed. Ik loop met jou mee.” Hij tilt de enorme kamerplant op en Oma drukt mij twee cactussen in m’n handen. “Pasj op, isj sjcherp.” Zelf neemt ze een derde cactus mee, en sjouwt die achter mij aan, naar boven. Ze zetten de planten in mijn woonkamer, en schuifelen weer naar beneden, terwijl ik een definitief plekje voor de plantjes zoek.
Trrrrrring doet de deurbel voor de tweede keer. Opa Fernandez staat voor de deur. “Mijn vrouw vraagt, jij nog andere planten hebben wil? Isj mooi. Mag allemaal hebben…”