De mevrouw pakt 25 cent wisselgeld van het witte schoteltje en drukt de muntjes in mijn hand. Ik heb het al een tijdje opgehouden en sta op springen. Ondanks de hygiënische indruk die ik van het toilet (en de toiletjuffrouw) heb, ga ik boven het toilet hangen. Je weet maar nooit met die openbare toiletten. Opgelucht laat ik mijn plas lopen. Spetters belanden op de bril. Na het plassen veeg ik ze weg met een stukje toiletpapier. Zodra ik het krappe toilethokje verlaat, wurmt de toiletjuffrouw zich - met geel doekje en spuitbus in de aanslag – het hokje weer in. Terwijl ik mijn handen sta te wassen, vraagt ze of ik de volgende keer als ik wil ‘hangen’ de bril omhoog wil doen. Maar op haar toilet kan ik wel gewoon gaan zitten, daar zorgt zij wel voor. Ik beloof de volgende keer te gaan zitten en lachend loop ik de toiletten uit. Als ik langs het witte schoteltje loop, leg ik de 25 cent terug. Een redelijke beloning voor iemand die haar vak verstaat.