
Een loeiende stormwind joeg vorige woensdag de golven over de kades van Lohals, een dorpje op het uiterste puntje van het Deense eiland Langeland. In het dorpje leek alles gesloten, we bevonden ons in het jaarlijkse toeristische dieptepunt, een enkele bejaarde schuifelde met het hoofd tussen de opgetrokken schouders door de verlaten straatjes. Behalve wat visserij en agrarisch hobbyisme moest men het hier waarschijnlijk hebben van toeristen die de lange reis naar dit afgelegen punt nog wilden maken.
Hier rondwandelend konden we ons niet voorstellen dat het er ‘s zomers florissanter uit zou zien, ondanks het feit dat de zon er op dat moment vrolijk op los scheen. Alles maakte een ietwat treurige, afgebladderde en vermoeide indruk, voorbij de gesloten snackbar aan de Nordstrandvej zat een man met lang haar op de grond een sigaret te roken en het zeegat uit te staren.
Vlak voor we het dorp weer uitlopen blijf ik aan de grond genageld staan.
Wellicht de mooiste lelijke vitrine die ik ooit zag, een hartbrekende constellatie van uitéénlopende voorwerpen waarvan niet duidelijk werd of ze er nu plompverloren ingemieterd zijn of dat hier toch sprake was van een zorvuldig arrangement.
Een raadselachtig en ontroerend tableau-morte dat aansloot op de omgeving.

Eén Reactie
Die foto maakt het helemaal af. Geweldig. Serieus.