Mijn dochter E. maakt meer rommel dan ik in staat ben op te ruimen. Een tragische vicieuze cirkel recht naar beneden die slechts doorbroken wordt met de thuiskomst van S.
Ik heb overwogen om de hele dag achter haar aan te lopen en alles weer terug te stoppen wat zij uit kasten trekt, maar dan komen wij niet toe aan eten en drinken.
Er rest mij niets anders dan toe te kijken hoe zij het huishouden van mij overneemt.
En dan zijn er nog de mysteries.
Als ik even de was ga ophangen en ik kom terug in de woonkamer, dan zijn alle mandarijnen uit de fruitschaal verdwenen. Nergens ligt een schilletje, ik zie slechts nog wat sapsporen op het shirt van E.
Ik ga naar de wc. Daarna afwassen. De afwasborstel zit onder de pindakaas. E. speelt met blokken alsof er niets aan de hand is.
De tomaten, waar ik salade van wilde maken, waren verdwenen. (Dit was trouwens geen mysterie. Er leidde een spoor van sap naar de plek waar ze de tomaten in haar eigen pannetje had gepureerd.)
Ze heeft een plek voor Geheime Dingen (achter het gordijn in de keuken). Ze eet er broodkosten die ze op de grond vindt, speelt er met haar vaders telefoon, gaat kwartetten met mijn bankpasjes, of kleurt haar gezicht in met balpen.
‘Mooi?’
’Ja, heel mooi’, zeg ik dan.