
Met een flard onbestemde onrust in mijn lijf liep ik naar mijn auto. En ja hoor – daar waar een vrolijke ‘ping!’ hoort te klinken bleef het verdacht stil. Twee weken onbruik had de auto doen winterslapen.
Onbewust vreesde ik al dat het mormel me in de steek zou laten – ik had tijd ingecalculeerd om eventueel lopend naar mijn afspraak te gaan. En lopen is niet erg. Ik loop steeds vaker en ontdek in mijn eigen buurt zomaar nieuwe kroegjes die, getuige de doorrookte gordijntjes en dito barvrouw, daar toch echt al jaren zitten.
Lopend door een buurt waar ik zelden loop passeerde ik een pand wat in de steigers stond, op het Markenplein. Er was niemand aan het werk, maar de werklieden hadden hun sporen nagelaten. Ik kon de galm van de woeste opzichter nog horen: ‘Danny, wat ben je toch een eikel, kijk nou! Jij kan wel raden wie dat gaat schoonmaken toch?’. Maar wat de opzichter, en Danny hoogstwaarschijnlijk ook niet, besefte is dat een onbedoelde trap tegen een emmer verf een verbluffend mooie vlek op de muur maakte. Kijk nou.
Je ziet de snelheid van de emmer in de vlek zitten. Je ziet de stroperigheid van de verf – of was het menie? Je ziet dat Danny de deurposten meteen heeft schoongeboend, maar de bakstenen hebben de verf snel naar binnen gezogen. Danny had geen schijn van kans. En de meest rechtse druiper is winnaar van het wedstrijdje wie het eerst de stoep raakt.
Als die Danny nou Keith Haring had geheten was het uit de muur gebikt en in het Stedelijk gezet. Ik hoop dat de eigenaars van het pand de esthetische waarde van deze vlek inzien. Dat ze, als Greenpeace-bootjes voor de walvissen, voor hun vlek springen als Sjaak de hogedrukspuit richt.
De wegenwacht meldde me, heel saai, dat de accu defect was. Bijna had ik gewenst dat een serieuze olie-lekkage een prachtig schilderij onder mijn auto had gemaakt. Ik ben fan van vlekken.
Eén Reactie
Goed je hier te vinden! Prachtige observatie ook. Hoop snel meer van je te lezen.